Ontstaan Republik Maluku Selatan
Gedurende de Tweede Wereldoorlog en met name in de jaren 1940-1945 werd er hevig gevochten in zowel Europa als in Azië. Terwijl de Europeanen zich hevig verweerden tegen de Duitse expansiezucht, probeerden de Aziatische landen het opkomend Japans geweld tegen te houden. In deze periode vochten de Molukse mannen onder de Nederlandse vlag als K.N.I.L.-soldaten (= Koninklijk Nederlands Indisch Leger) tegen de Japanse bezetters. In mei 1945 capituleerde Duitsland. Voor Europa betekende dit het einde van de Tweede Wereldoorlog. Een paar maanden later, op 15 augustus 1945, volgde de onvoorwaardelijke capitulatie van Japan.
Terzijde gestaan door Japan riep ir. Sukarno op 17 augustus van datzelfde jaar voor het geheel Nederlands-Indië de Republik Indonesia uit. Echter, deze onafhankelijkheids-verklaring vond plaats zonder voorafgaand overleg met de politieke leiders van de andere delen van Nederlands-Indie en de Nederlandse regering. Deze onafhankelijkheidsverklaring vond ook plaats zonder dat men rekenschap hield met de wensen van de andere volkeren in Nederlands-Indie.
Er brak oorlog uit tussen de Nederlandse strijdkrachten (w.o. de Molukse K.N.I.L.-militairen) en Sukarno’s leger. Door tussenkomst van de United Nations Commission for Indonesia (U.N.C.I.) leidde dit tot vrede tussen de strijdende partijen. Onder druk van de internationale wereld werd Nederland gedwongen om haar overzeese koloniën hun onafhankelijkheid te geven. Op 27 december 1949 resulteerde dit in de soevereiniteitsoverdracht van Nederland aan de Republik Indonesia Serikat (R.I.S. oftewel de Republiek van de Verenigde Staten van Indonesië).
De nieuwe republiek is een federatieve vorm en bestaat uit 16 deelstaten, zoals de Republik Indonesia op Java en de Negara Indonesia Timur (deelstaat Oost-Indonesie). De Zuid-Molukken maken deel uit van de deelstaat ‘Negara Indonesia Timur’. Voor deze federatieve vorm werd gekozen, vanwege het onderlinge verschil tussen de deelstaten zoals: volk, taal, geschiedenis en cultuur. In de soevereiniteitsoverdracht van de Verenigde Staten van Indonesië werd expliciet bepaald dat elk volk van Nederlands-Indie het recht heeft op onafhankelijkheid. Dit is in overeenstemming met de bepalingen van het Handvest van de Verenigde Naties.
De Zuid-Molukken hebben overeenkomstig het besluit van de Nationale Raad, d.d. 11 maart 1947, besloten om voorlopig met deze federatie mee te doen. Echter, op voorwaarde dat indien de deelstaat Negara Indonesia Timur de Zuid-Molukse belangen binnen deze federatie niet kan waarborgen, de Zuid-Molukken het recht zouden hebben uit de federatie te stappen . Kort na de soevereiniteitsoverdracht begon deelstaat Republik Indonesia op Java o.l.v. Sukarno de andere deelstaten met geweld te veroveren. Met de aanval op de Noord-Molukken voelden de Zuid-Molukken de Javaanse dreiging steeds dichterbij komen, daarom eiste de Zuid-Molukse bevolking dat er stappen ondernomen moesten worden om hun vrijheid veilig te stellen. De Zuid-Molukken maakten gebruik van het recht op zelfbeschikking en trokken zich terug uit de deelstaat Negara Indonesia Timur. Via legaal en democratisch gekozen vertegenwoordigers (Zuid-Molukkenraad) en gesteund door massademonstraties ondernamen de Zuid-Molukken stappen om hun zelfbeschikkingsrecht uit te oefenen en te bekrachtigen en proclameerden zij op 25 april 1950 de
De proclamatie werd via Radio Ambon wereldkundig gemaakt. Als president van de Republik Maluku Selatan (R.M.S.) werd benoemd dhr. J.H. Manuhuttu, de voorzitter van de Zuid-Molukkenraad. Deze onafhankelijkheidsverklaring was gebaseerd op de internationale overeenkomsten, die onder toezicht van de Verenigde Naties werden vastgesteld en mede ondertekend, zoals de Linggadjati <1947>, de Renville <1948> en de Ronde Tafel Conferentie van 1949.
Na haar installatie heeft de R.M.S.-regering op grond van haar soevereine staat de volgende besluiten genomen:
- 2 mei 1950 de nationale vierkleurig vlag vastgesteld en aangenomen.
- 9 mei 1950 werd het nationale leger, de A.P.R.M.S. geïnstalleerd.
- 25 mei 1950 trad de voorlopige grondwet in werking – 30 mei 1950 werd de nationaliteit van de alle ingezetenen volgens de wet geregeld.
Bijna 4 maanden na de R.M.S.-proclamatie werd op 17 augustus 1950 door Sukarno de eenheidsstaat van de Republik Indonesia uitgeroepen. Direct hierna zette Sukarno op 2 sept. 1950 de aanval op de Zuid-Molukken voort. In november 1950 legde Sukarno een blokkade rondom de Molukse eilanden. Het gevolg hiervan is dat de natuurlijke aanvoerlijnen voor o.a. munitie en medicamenten afgesneden werden. Ook moest deze blokkade verhinderen dat elke Zuid-Molukker het gebied kon betreden of verlaten en dat buitenstaanders Zuidmoluks grondgebied konden betreden. Ondanks hun moedige weerstand, waren de Zuid-Molukkers niet opgewassen tegen de met moderne wapens uitgeruste Indonesische troepen, Tentara Negara Indonesia (T.N.I.).
De R.M.S.-regering klopte meerdere malen tevergeefs aan voor steun bij Nederland en bij de U.N.C.I. In de tussentijd waren er nog Zuidmolukse K.N.I.L.-militairen die onder het koloniaal gezag van de Nederlandse regering stonden. Het K.N.I.L. zou snel worden opgeheven en dan zouden de K.N.I.L.-militairen van Zuidmolukse afkomst in hun land van oorsprong worden gedemobiliseerd zoals bij Militair Besluit van het Koninkrijk der Nederlanden uit 1835 was vastgelegd. Vooral na de onafhankelijkheidsproclamatie van de R.M.S. eisten al deze militairen hun recht op terugkeer naar de Zuid-Molukken, hun land van oorsprong.
Toen bleek dat de Nederlandse regering ondanks haar eigen wettelijke bepalingen niet aan deze eis wilde voldoen, eisten de Molukse K.N.I.L.-militairen om gedemobiliseerd te worden in:
- hun land van oorsprong, de Republiek der Zuid-Molukken
- Nieuw-Guinea (stond toen nog onder Nederlands gezag)
- elk gebied in Nederlands-Indie dat nog niet door Sukarno’s troepen was bezet
Toen de Nederlandse regering deze militairen niet kon kalmeren werden ze allemaal eerst ontwapend en daarna van Makassar overgebracht naar Java. Zij wilde geen gehoor geven aan de eis van de K.N.I.L.-militairen voor demobilisatie in eigen land: Republik Maluku Selatan. Daarentegen kregen de Molukse K.N.I.L.-militairen het dienstbevel om zich in te schepen naar Nederland met de belofte dat het verblijf in Nederland slechts tijdelijk zou duren, nl. 6 maanden. Inmiddels zijn die 6 maanden al uitgelopen tot meer dan 50 jaar, en nog steeds hebben we niks van de Nederlandse regering gehoord……….